Pedagogisch-didactisch kader


Kind in context


Het doel van BijbelverhaalSpeciaal is leerlingen vertrouwd te laten raken met verhalen uit de christelijke traditie, en in die verhalen het eigen verhaal te kunnen herkennen. Wij maken daarbij gebruik van een dubbel-contextuele pedagogiek en een - wat wij noemen -  'steiger'-didactiek.


Dubbel-contextuele pedagogiek


Het uitgangspunt in onze pedagogiek is de leerling-in-context. Wat de leerling bezighoudt, wat de leerling raakt in het leven zoals zich dat nu aandient, staat centraal.

In het narratief van de leerling zoeken we naar aanknopingspunten met het thema dat in het Bijbelverhaal aan de orde is gesteld voor de toehoorders in de tijd van de vertelling. Daarmee is onze benadering dubbel-contextueel: contextueel in de eerste plaats omdat we vanuit de context van de leerling zoeken naar verbinding met het verhaal, en in de tweede plaats omdat we luisteren naar het verhaal in de context waarin het eeuwen geleden verteld is. We gaan vanuit de leerling naar het verhaal in de Bijbel, en dan weer terug naar het verhaal van de leerling, opdat het verhaal van de leerling verbonden kan raken met het Grote Verhaal.

Wij hebben ons laten inspireren door de correlatie pedagogiek van Dingemans, die later uitgebreid is tot een hermeneutisch-communicatieve godsdienstpedagogiek (Meijer en Crombrugge 2004). Ook de godsdienstpedagogische benadering van Michael Grimmitt (1973) die spreekt van ‘onderwijzen en leren in’, ‘onderwijzen en leren over’ en ‘onderwijzen en leren vanuit’ (de christelijke) godsdienst, later uitgebreid met ‘onderwijzen en leren voor religiositeit’ (Alii 2009), is voor onze benadering een bron van inspiratie geweest.

Kenmerkend voor de hermeneutisch-communicatieve benadering is de nadruk op betekenisverlening. De vraag die centraal staat luidt: ‘Wat betekent dit verhaal voor mij?’ (de cognitieve verbinding). Wij voegen daar, gezien de leerlingenpopulatie voor wie BijbelverhaalSpeciaal is ontwikkeld, de volgende vragen aan toe: ‘Wat doet dit verhaal met mij?’ (de affectieve verbinding) en last but not least: ‘Wat doe ik met dit verhaal?' (met de nadruk op het doen). Onze benadering is handelings-gericht.

In onze dubbel-contextuele benadering dienen deze vragen als uitgangspunt voor de les-ideeën.
Onze dubbel-contextuele benadering maakt dat het voor de leerling altijd ergens over gaat. Het gaat immers over hem of haar zelf; er valt dus wat te beleven in het verhaal. Die belevenis stimuleren wij op verschillende manieren, en we betrekken er alle zintuigen bij: het verhaal moet gevoeld, gezien, geroken, gehoord en gedaan kunnen worden. Dramatische werkvormen lenen zich daar bij uitstek voor, maar ook muzikale en creatieve werkvormen zetten wij in om de leerlingen thuis te laten raken in het verhaal.

Om je thuis te voelen in een verhaal, moet je het verhaal kennen, het moet je vertrouwd zijn (geworden). Daar is het inrichten van de leerrijke omgeving op gericht. Dat heeft hele praktische consequenties, onder andere dat dat wij langere tijd achtereen (een of twee weken) en op verschillende manieren het verhaal present stellen. Inslijten en gewenning zijn cruciaal voor vertrouwd raken en thuis voelen in een verhaal.

Gezien de grote verschillen in affectieve en cognitieve ontwikkeling, in ervaringswijzen en leerstijlen, presenteren wij de lessen in de modules als les-idee, we doen in de verwerkingsvormen die we aanbieden suggesties; wij zien graag dat leerkrachten zich deze ideeën toe-eigenen en op hun unieke eigen manier vormgeven, afgestemd op en toegestemd naar de specifieke leerlingen in hun klas. Voor de duidelijkheid spreken we overal over 'les' als term voor het les-idee.


'Steiger'-didactiek


Onze didactiek is geïnspireerd door de Russische leerpsychologie, waarin de concepten ‘zone van naaste ontwikkeling’ en ‘scaffolding’ (begeleidende ondersteuning, zoals met steigers) een centrale plaats innemen. De leerkracht dient de leeromgeving voor de leerlingen zo in te richten, dat de leerlingen zich uitgedaagd voelen uít hun comfort-zone te komen en zich met behulp van die leerkrachten, of met behulp van klasgenoten, te bewegen naar de zone van naaste ontwikkeling. Concreet betekent het dat een leerling onder leiding van de leerkracht en/of met behulp van een klasgenoot iets kan wat hij eigenlijk nog net nìet kan, en door deze intensieve en dienstbare begeleiding wél zelf onder de knie krijgt. Een klas met grote diversiteit aan niveaus (hét kenmerk van speciaal onderwijs) vormt als het ware een natuurlijke omgeving voor deze vorm van onderwijs.


Literatuur


Alii, E.T. (2009). Godsdienstpedagogiek, dimensies en spanningsvelden. Zoetermeer: Meinema

Grimmitt, M. (1973). What can I do in R.E.? A consideration of the place of religion in the twentieth century curriculum with suggestions for practical work in schools. Great Wakering, Essex: Mayhew-McGrimmon

Timmers-Huygens, D. (2003). Onderwijsleermiddelen zml. Ervaringsordening als visie voor leerplanontwikkeling ZML. Enschede: SLO