Curriculum


Achtergrond van het curriculum


In deze methode kiezen we voor een tweejarig curriculum gebaseerd op pedagogisch-didactische overwegingen. Door de drie varianten die per les worden geboden is het mogelijk vier tot zes jaar met een leerling te werken in dit curriculum zonder eenzelfde les te gebruiken.
Ieder schooljaar is opgebouwd uit zes modules, wat betekent dat in twee jaar tijd twaalf modules worden gegeven. De modules beslaan steeds acht weken, waarin per week een thema wordt besproken in een les. Behalve Module 6 en Module 12: deze beslaan 4 weken vanwege kun karakter als 'vakantiemodule' of 'tussentijdse module'.

Het curriculum is thematisch opgebouwd. De lessen sluiten aan op het overkoepelend thema en hebben als titel een werkwoord. Het werkwoord is gekozen in aansluiting op hetgeen met de leerlingen besproken en beleefd gaat worden en in aansluiting op het verhaal dat wordt gebruikt.
In de opbouw van het curriculum wordt rekening gehouden met de feestdagen zoals kerst, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Dit wordt echter binnen het kader van de thematische modules gedaan. In de tijden zonder feesten of duidelijke kenmerken, is het thema van de module 'vrij gekozen'. Dit geeft tevens de mogelijkheid de methode aan te blijven vullen en ook niet seizoengebonden thema's te kiezen en bespreken.

 

Het curriculum


In het curriculum staat de naam van de module benoemd en de tijd van het jaar waarvoor deze het meest geschikt is. Per les staat de titel van de les benoemd en het basisverhaal waarmee gewerkt wordt in de les.

Module 1: Het begin
Tijd van het jaar: september/oktober
1. Beginnen - scheppingsverhaal
2. Leven - Adam en Eva
3. Voorbereiden - Noach bouwt een ark
4. Overleven - Noach op het water
5. Verstaan - de toren van Babel
6. Op weg gaan - Abraham
7. Meegaan - Sara
8. Verder gaan - Jakob en Esau

Module 2: Koningen
Tijd van het jaar: november/december
1. Anders-zijn - Jozef
2. Dromen - Jozef
3. Goed doen - Jozef
4. Gezien worden - David
5. Ontwapenen - David
6. Verwachten - Zacharias en Elisabeth
7. In tel zijn - Jezus (kerst)
8. Geven - de wijzen uit het Oosten

Module 3: Verhalen van Jezus
Tijd van het jaar: januari/februari
1. Groter groeien - Jezus 12 jaar
2. Veranderen - bruiloft te Kana
3. Roepen - de leerlingen van Jezus
4. Helpen - de verlamde man
5. Bang zijn - storm op het meer
6. Opstaan - het dochtertje van Jaïrus
7. Zien - Bartimeüs
8. Omkeren - Zacheüs

Module 4: Opnieuw beginnen
Tijd van het jaar: maart/april
1. Helpen - de barmhartige Samaritaan
2. Terugkeren - de verloren zoon
3. Binnengaan - Palmpasen
4. Leven - Pasen
5. Onderweg zijn - Emmaüsgangers
6. Ontmoeten - Tomas
7. Vangen - op het strand
8. Gaan - Hemelvaart

Module 5: Vertel het verhaal!
Tijd van het jaar: mei/juni
1. Begrijpen - Pinksteren
2. Opstaan - een bedelaar bij de tempel
3. Dopen - Filippus
4. Veranderen - Saulus wordt Paulus
5. Bevrijden - Petrus uit de gevangenis
6. Vertellen - Lydia
7. Reizen - schipbreuk
8. Liefhebben - geloof, hoop en liefde

Module 6: Helden!
Tijd van het jaar: juli/augustus
1. Opofferen - Simson
2. Moedig zijn - Ester
3. Ongehoorzaam zijn - Daniël
4. Niet willen - Jona

Module 7: Leefregels
Tijd van het jaar: september/oktober
1. Bevrijden - de Tien Woorden
2. Kiezen - één God
3. Vloeken - Gods naam misbruiken
4. Rusten - de rustdag bewaren
5. Erkennen - eerbied voor de ouders
6. Leven gunnen - geen doodslag
7. Begeren - niet stelen
8. Jaloers zijn - wat van een ander is

Module 8: Wat God geeft
Tijd van het jaar: november/december
1. Beginnen - schepping
2. Leven - de mens
3. Eten - manna te eten en water uit de rots
4. Bevrijden - de tien leefregels
5. Leiden - David
6. Waarderen - Salomo
7. Beloven - Zacharias en Elisabeth
8. Vieren - Jezus (kerst)

Module 9: Wat ik je vertellen wil
Tijd van het jaar: januari/februari
1. Verdwalen - het verloren schaap
2. Kostbaar zijn - het verloren muntje
3. Verzamelen - een schat
4. Uitdelen - vijf broden en twee vissen
5. Bouwen - huis op de rots
6. Werken - werken in de wijngaard
7. Rijk zijn - een rijke boer
8. Goed doen - Jezus en zijn leerlingen

Module 10: Door de woestijn
Tijd van het jaar: maart/april
1. Vinden - Mozes in het mandje
2. Branden - brandende braambos
3. Plagen - de tien plagen
4. Uitgaan - uittocht uit Egypte
5. Doorgaan - door de Rode Zee
6. Ontvangen - eten en water
7. Afspreken - een ark
8. Gaan - de muren van Jericho

Module 11: Leef!
Tijd van het jaar: mei/juni
1. Op weg zijn - Palmpasen
2. Opnieuw beginnen - Pasen
3. Ontmoeten - Emmaüsgangers
4. Weerzien - Tomas
5. Verder gaan - de netten vol
6. Afscheid nemen - Hemelvaart
7. Ervoor gaan - Pinksteren
8. Dromen - een nieuwe hemel en aarde


Module 12: Op reis
Tijd van het jaar: juli/augustus
1. Samen gaan - Ruth en Naömi
2. Werken - Ruth verzamelt graan
3. Trouw beloven - Ruth en Boaz
4. Keuzes maken - Ruth gaat haar eigen weg